8.9

Communiceren & samenwerken

<< Terug
  • 4 Tips hoe je kunt omgaan met dominant gedrag op je werk

    4 Tips hoe je kunt omgaan met dominant gedrag op je werk

    Heb je het volgende wel eens meegemaakt? Een leidinggevende loopt langs je bureau en legt een stapel papierwerk bij je neer met de mededeling: ‘Dit kan je voor morgenmiddag nog wel even doen, toch?’ Je schema zit echter al hartstikke vol en het overvalt je. Hoe ga je ermee om?

    Van grensoverschrijdend gedrag naar een goede werkrelatie

    Deze manier van handelen, valt onder ‘dominant gedrag’. Hieronder verstaan we gedrag dat jouw persoonlijke grens overschrijdt en dat iets bij je triggert. Dit kan in allerlei situaties voorkomen, bijvoorbeeld een telefoongesprek met dwingende klant die verwacht dat jij iets voor hem of haar doet waar je eigenlijk geen tijd of middelen voor hebt. ‘Dat is toch jouw functie?’ luidt het argument. Door de overredende houding van de ander lukt het je niet om je grens aan te geven.

    Voor de een is dit moeilijker dan de ander: ben je perfectionistisch van aard, dan zul je eerder aan jezelf twijfelen en denken dat de persoon in kwestie wel gelijk heeft. Als je dit moeilijk vindt, kan het stress opleveren.

    Hoe ga je van grensoverschrijdend gedrag naar een goede werkrelatie? Hier zijn de stappen die je kunt volgen.

    1. Besluit of je in contact blijft

    Grenzen aangeven, lukt niet iedereen meteen. Als je in de bevriesmodus schiet, is het beter om het contact even te verbreken. Zeg bijvoorbeeld: ‘Ik ga er even over nadenken/naar mijn agenda kijken, dan kom ik er later bij je op terug.’ of ‘Kunnen we er een afspraak over maken?’ Je wijst nog niets af, maar kan voor jezelf nadenken wat je wil. Bedenk waar je ‘ja’ op zou zeggen. In hoeverre zou je toegeven aan iets wat je eigenlijk niet wil? Walst de ander niet over je heen?

    In een later gesprek kom je erop terug. Leg uit dat je vol zit en niet alle werkzaamheden voor dezelfde tijd kunt afhebben. Waar geeft hij of zij de prioriteit aan? Ook mag je de persoon erop aanspreken dat je de manier waarop hij of zij je benaderde niet prettig vond.

    2. Geef je grenzen aan

    De vier G’s zijn hier een goede methode om je grenzen aan te geven. Dit kan je gelijk op het moment van grensoverschrijdend gedrag al doen, of op een later tijdstip waarin je er even over hebt nagedacht.

    Gedrag: Benoem het gedrag dat iemand vertoont, zoals ‘Ik merk dat u uw stem verheft.’
    Gevoel: Geef aan wat voor gevoel dat gedrag bij jou oproept. ‘Dat vind ik vervelend.’
    Gevolg: ‘Zo kan ik niet naar u luisteren.’
    Gewenst gedrag: ‘Ik wil graag dat u rustiger praat.’

    Met deze assertieve houding heb je op de lange termijn meer kans op een goede werkrelatie. Het alternatief is dat je ofwel zelf dominant wordt, (‘zoek het zelf maar uit’) of juist een onderdanige houding aanneemt en maar doet wat je gezegd wordt. De leidinggevende ziet jou vervolgens als iemand waar hij of zij alle werkzaamheden wel even bij op het bordje kan gooien.

    3. Ga het gesprek aan

    Mogelijk schuilt er bij de dominante leidinggevende of collega een bepaalde emotie achter zijn of haar gedrag. De dominante persoon heeft iets meegemaakt waar hij of zij van baalt, en zet nu bewust of onbewust dominant gedrag in om iets voor elkaar te krijgen.

    Als je succesvol je grenzen hebt aangegeven en de ander heeft hiernaar geluisterd, kun je het hierover hebben. Hiermee kom je in de emotionele fase. Vraag waar iemand mee zit of van baalt. Tijdens het gesprek kun je de ‘luisteren, samenvatten en doorvragen’ techniek toepassen.

    Maak oogcontact, knik en zeg ‘ja, ik begrijp dat het vervelend is.’ Vat kort samen wat de ander zegt: ‘Dus als ik het goed begrijp…’ Stel daarna vragen aan de persoon waarmee je interesse in de ander toont.

    4. Blijf feedback geven

    Een afspraak over de inhoud van dit incident gaat alleen over de korte termijn. Als het grensoverschrijdend gedrag langer doorgaat, kun je feedback blijven geven door middel van de vier G’s. Vraag iemand of je hem of haar erop mag wijzen als het vaker gebeurt. Hierdoor neemt het grensoverschrijdend gedrag aanzienlijk af. Doseer de feedback wel.

    Om dit goed te laten werken, zijn een aantal dingen nodig. Ten eerste een gevoel van veiligheid tussen jou en de ander. Ook is zelfinzicht bij die ander van belang: iemand moet inzien dat zijn of haar gedrag niet altijd even prettig of handig is.
    Bovendien moet je krediet opgebouwd hebben bij je collega of leidinggevende. Geef dit even de tijd. Wees open met elkaar, kom je afspraken na en toon af en toe interesse in elkaar op informeel vlak. Zo werk je prettig samen en bouw je een sterke zakelijke relatie op.

    Tips ter voorbereiding op een gesprek

    Doe geen toezeggingen waar je niet achter staat. Zeg liever ik ga het uitzoeken en dan met iets concreets te komen, dan dat je toezegt en achteraf baalt.
    Bereid je goed voor. Neem de 4 G’s door en ga zo het gesprek in. Als je drie van de vier  G's kunt benoemen heb je al een heel mooi gesprek.